DAAN RAU

Is Guy Timmerman een dromer of een escapist? Of is hij een wonderbaarlijke verteller die je uitnodigt in een wereld van fabels en mythische personages? Misschien is hij dat wel allemaal en neemt hij je gewoon mee naar zijn wereld, zijn gedroomd Utopia waar het kwaad amper bestaat en de bewoners geslachtsloos de volheid van het bestaan ervaren.

Zoals de meeste goede beeldhouwers is Guy Timmerman een tekenaar, zijn beelden ontstaan vanuit zijn tientallen schetsboeken waarin hij gedachten en ideeën noteert, reflecteert en interpreteert in woorden en in beelden. Zijn vertrekpunt vindt hij in de zintuiglijke waarneming en dat moeten we zeer letterlijk nemen. Dat is niet enkel het kijken, het observeren wat een zekere afstandelijkheid impliceert. Zijn waarneming is dikwijls participatief en omvat alle zintuigen. Ze laten hem toe om dieper te gaan dan de oppervlakte en zo de weg te volgen waar de fantasie de overhand neemt en hij zijn wereld creëert.

De wereld van Guy is positief, het is zijn harnas waarmee hij die andere, boze wereld te lijf gaat. “De wereld is barbaars, vreemd en niet te bevatten”, zegt hij en meteen volgt de vraag: “Hoe hou ik daarin stand?” Hij doet dat door vorm te geven aan een andere wereld en zo de onze beter te maken. Hij gelooft sterk in de kracht van de poëzie in zijn ruimste betekenis. “Poëtische kennis is belangrijker voor mij dan de kennis die door de wetenschap bekomen wordt.” Hij schept een poëtische wereld die groeit vanuit de gedachten, de fantasieën en de illusies die hem op weg helpen naar een kennis van waarheid, zijn waarheid, zijn oprecht gemeende waarheid.

Er zijn vele waarheden. Zij die denken dé waarheid te kennen zijn nogal dikwijls diegenen die de wereld er juist niet beter op maken. Zo is hij niet, hij toont zijn waarheid, zijn kijk op de wereld en laat u verder vrij om erin te komen of niet.

Denk nu niet dat de gevoelsmens Guy Timmerman zomaar vanuit de losse pols figuurtjes boetseert die dan tot beelden worden uitvergroot. Wat eerst een losse bedenking of een leuke inval is, een ruwe schets of een al wat verder uitgewerkte tekening, krijgt soms een even schetsmatige uitwerking in drie dimensies. Het wordt dan een voorwerp van studie. Hij verwijst graag naar Rodin die in 1892 begon aan zijn beeld van Honoré de Balzac om dat pas in 1897 af te werken. Rodin heeft heel wat vooronderzoek verricht om zich de figuur van Balzac eigen te maken, te doorgronden. (Rodin was immers nog geen 10 jaar toen Balzac stierf.) Het resultaat is een meesterwerk.

Het vooronderzoek, die studie rond een beeld is primordiaal voor Timmerman. Het laat hem toe het beeld te laten groeien en uit te puren, tot de essentie terug te brengen. Het gaat hem daarbij niet enkel over de zichtbare vorm maar evenzeer over de innerlijke structuur van het beeld. “Een beeld heeft contact met zijn innerlijke structuur. Het houdt niet echt steek wat ik zeg, maar ik wordt hierin graag meegenomen.” Die uitspraak tekent hem, het is één van die poëtische waarheden waaraan hij hecht.

De figuren die Guy’s wereld bevolken zijn veelal gedisproportioneerd, ze zijn meestal overmatig lang of een enkele keer heel bol. De lange, wat uitgerekte lichamen hebben geaccentueerde ledematen en een soms ook wel een torso waar ik enkel kan naar verlangen. Hun hoofd is meestal te klein in verhouding. Soms wordt de figuur nog sterker verlengd door het hoofd van een puntvormig hoofddeksel te voorzien of is het dat het hoofd zelf dat tot punthoofd is uitgegroeid?

Ondanks hun disproportie komen de figuren niet als angstaanjagend of op enige andere wijze negatief over, wel zeer integendeel. Ze krijgen een wat sprookjesachtige aura. Ze doen ons eerder naar hun wereld verlangen dan dat ze ons van die wereld afstoten.

Het feit dat de kunstenaar de jongste jaren ook heel wat kleur is beginnen gebruiken in zijn sculpturen is een toegevoegde waarde in zijn oeuvre.

Maar vergis u niet, hoe positief die figuren op een eerste gezicht wel lijken, toch zijn er misschien ook wel negatieve kantjes aan. De figuren van Guy Timmerman willen nogal eens vastgeklonken zijn aan de aarde, gevangen in hun bestaan, versmolten met hun sokkel of hun basis ondanks hun limpide en ranke verschijning. Ze willen zich aan de zwaartekracht onttrekken maar zijn uiteraard evenzeer als wijzelf aan de natuurwetten gebonden. Ze verenigen in zich de kracht van het scheppen en de doem van de vernietiging. Ze zijn veel meer dan lichtvoetige figuranten in een blijspel.

Soms zijn hun extremiteiten voorzien van bollen of wordt hun lichaam door sferen overwoekerd, ze lijken er bij wijlen speels en op ander momenten zuchtend mee om te gaan. Ook in die andere wereld, die wereld van Guy, is het leven niet steeds een pretje.

Naast de bollen zijn er de cirkels. Zijn beeld ‘Solarium’ (2002) toont een uitermate gestileerde figuur die de armen tot een cirkel vormt en op die manier als het ware de zonnestralen opvangt in die leegte of andersom de zon toelaat om haar stralen naar de mensheid toe te sturen.. Het is een heel geslaagde schepping die door een breed publiek als een bron van positieve energie wordt ervaren.

‘De Verschijning’ dateert van zes jaar later en toont ons veel verwantschap met ‘Solarium’. Hier evenwel houdt de figuur in de opgeheven armen een blauwe cirkel vast als een nimbus of een aura. De cirkel staat niet in het verlengde van het lichaam maar er dwars over, de figuur belicht als het ware zichzelf. Het is een gelijkaardige figuur met een totaal verschillende inhoud. Waar bij ‘Solarium’ de figuur als medium optreedt, is deze keer de mens zelf het centrum. Het is een wonderlijk beeld, als je louter de omtrekken bekijkt, dan zie de tekening van een kelk, de mens wordt de graal.

Zijn ‘Veredeld zelfportret’ (2009) is een bron van studie. Een mensenfiguur is organisch verbonden met een constructie waarin een bol en een kegel onze blik vangen. Het lijkt alsof de mens met de kosmos verbonden is. Vanuit zijn lichaam vertrekken drie kanalen. Ze groeien uit het lichaam ter hoogte van de borst, de buik en de schaamstreek, dat kan geen toeval zijn. Die verbindingen gaan over in één en eindigen in een sfeer die op zijn beurt dan weer verbinding maakt met de kegel en een driehoekig vlak. Het is zowel ingewikkeld als gemakkelijk leesbaar en het is vooral intrigerend en openstaand voor velerlei interpretaties. Maar één ding is wel duidelijk: Guy Timmerman is verbonden met de wereld rondom hem, hij kan niet anders. In datzelfde jaar maakt hij het beeld ‘Huilen om de wereld’, het is monumentaal in zijn eenvoud.

Het valt op dat de kunstenaar meer kleur is gaan gebruiken in zijn werk. Voor sommige toeschouwers is dat bevreemdend en nog ongewoon. Nochtans sluit hij daarmee aan bij de rijke, eeuwenoude traditie van gepolychromeerde beelden die al van in de oudheid en de middeleeuwen de tempels, de kerken en de paleizen versierden. Hij gebruikt vooral het blauw dat we kennen van Yves Klein of dat dit althans benadert. Het geeft bepaalde beelden een zeer sterke aanwezigheid of een heel andere présence dan de gepatineerde bronzen. De blauwe kleur beklemtoont als het ware het onwerkelijke, het irreële en neemt ons nog meer mee naar de droomwereld, de wereld van de fantasie.

Daar waar hij de felrode kleurstof benut, heerst veeleer een aardse sfeer, een idee van dreiging zoals we dat in ‘Dante’s Inferno’ (2012) kunnen ervaren.

Wie de schetsboeken van Guy Timmerman bekijkt, kan niet anders dan verwonderd zijn over de ongebreidelde fantasie en de rijkdom aan ideeën. Wie goed kijkt en ook eens de data onderzoekt, zal merken dat sommige van die ideeën door andere kunstenaars eveneens zijn gebruikt en vormgegeven nadat Guy ze aan het papier had toevertrouwd. Het duidt er enkel op dat ideeën soms gelijk lopen, dat kunstenaars, net zoals wetenschapslui, soms quasi gelijktijdig tot gelijkaardige kunstwerken kunnen komen zonder dat de één het van de andere hoefde te weten. Dat wil ook zeggen dat die ideeën dus des te meer een uiting kunnen zijn van de tijd en de tijdsgeest en dat die kunstenaars dat juist heel goed hebben aangevoeld.

Die tijdsgeest is heel sterk aanwezig in het werk van Guy, zij het op een geheel eigen wijze. Het werk van Timmerman is immers het gevolg van een reflectie op wat er omgaat in de wereld, op wat hem tot in zijn diepte kern beroerd en aangrijpt en hoe hij graag zou willen dat het wordt. In Guy leeft de hoop naar Utopia.

 

 

oktober 2013, Gent